Uit Zwitserland

‘Ye guiding Powers who join and part,
what would you have with me?’
Matthew Arnold, ‘Switzerland’

1. POLITIEKE WEEK

‘τὰ πάντα ῥεῖ καὶ οὐδὲν μένει’
Heraclitus

Op weg naar huis, nu, over de tastbare
rimpelingen en stromingen van het rustige meer
langs schuin riet, zijn turquoise ondiepe water,
aanloophaven, de Panta Rhei schept

meer afstand in zijn kolkende water,
lacustriene afstand – zei je luidop –
de zon vandaag schijnt des te helderder
door een ochtend met opgestapelde wolken;

en langzaam evoluerend van eerdere nevels,
de inhoud, de tevredenheid van deze dagen
kan nog altijd voorwaarts gedragen worden

over zulke lichtgevende pieken en toppen
met jachtzeilen opgetogen over hun verblijf
en reputaties die gaan, gaan, met zoveel woorden.

2. BAHNHOFSTRASSE

‘The signs that mock me as I go.’
James Joyce

Dan richting de schaduwzone van een voetpad,
de een na de andere, een grijze draadvormige weg
door bürgerliche Gemütlichkeit,
hier bespotten ogen je niet;

nee, ze laten je alleen
zijn langs de Bahnhofstrasse,
naast Hotel zum Storchen
of de Zürichsee –

*

alsof de geesten van Emmy Hemmings,
James Joyce in extremis in dezelfde straat
samen waren begonnen

met een kleine gitaar, of cabaret
orkest van potten en pannen
au-dessus de la mêlée

*

zo ver weg als het perspectief
in een veldslag bij Altdorfer –
wervelwinden gedreven door de strijdkrachten van Alexander
zwervend over die verzadigde valleibodem,

de wissel, de aanval en tegenaanval
van facties botsend in halfduister,
ook al zijn we trouw aan elkaar
en hartstochtelijke jeugd niet meer zal komen!

3. HEUTE KUNST

Drie vakantiegangers bij de krijtrotsen op Rügen
staren in een spirituele zee
of, later in de eeuw,
een villa met cipressen, donker tegen donkere golven,
geplaagd door een vrouw,
de laatste telg van haar familie…

Dan, alsof om me te bespotten wanneer ze gaan,
HEUTE KUNST is het bord dat ik daar
opgeplakt zie in rood & wit
op een opgeknapte fabrieksmuur
vastgeklemd tegen de sporen van zijn pendeltrein.

Het herinnert me eraan dat naar voren gedragen inhoud
nog steeds, nu, het slepend lot kan dragen
van volkeren, naties, een continent,
dat opnieuw moet wachten
op vastberaden, doortastende, tastbare woorden.

4. BEELDEN VAN EEN TENTOONSTELLING

IN HET RIETBERG

voor Susanna Niederer

Tussen opgestapelde Japanse rotsen,
doorkruist een zwerm kraanvogels hun besneeuwde,
bewolkte bergtop.
Het leidt het oog van links naar rechts,
een verdwijnpunt of precies
zijn tegenpool, en had
die gerichte vraag kunnen stellen:
waar in een visueel veld zou je oog
naartoe gaan om de toekomst te vinden?

OBERSEEN

Afgeleid door die woorden, vanavond,
op een pad langs de bosrand
tegenover hun onbewogen dorp,
Achtung Kinder! borden op de hoeken,
van een  doodlopende straat van gekrijt trottoir,
schuim ik de pre-Alpen toppen af
niet in staat om zeker te zijn.

Want kijken moet altijd starten van een heden,
verschillend afhankelijk van wie je bent –
de verleiding weerstaan om toezicht te houden op
de kinderen die aan het spelen zijn rondom straatverlichting.

Maar wanneer de een de ander zijn metafoor afwijst
en niet voor dode wil spelen, of helemaal niet wil spelen,
staar ik naar hun Altstadt torenspitsen
om precies te ontdekken waar de verlangens van jongeren
kunnen samenvallen met deze vreedzame scène
doordrenkt van een warm, een vervaagd schemerlicht
hun gedempte foto’s.

5. FRIEDHOF FLUNTERN

voor Pietro De Marchi

Dat zal de dag zijn waarop, net als in een Traum,
we een trolleybus waagden
dan tramlijn nummer 6
voor een ongeplande pelgrimstocht richting de onbekende
buitenwijken van Zurich, de dag dat, eenmaal aangekomen,
we een foto namen van één solitaire
narcissus poeticus bloeiend op haar gazon;


en, herinnering, dat zal de avond zijn
van een meertalig menu met bewuste fouten
vertroebelende keukens,
zoals in het brabbeltaligedroomwerk van Finnegan’s Wake
lachend om wereldtrauma’s ons eigen huisgemaakt
Babel voorspellen uit de Schattenzone van hun woorden;

dat zal de nacht zijn waarin
een slecht gespelde brief kwam die me mijn ontslag gaf,
mijn liefdesleven over een klifrand tuimelde
compromisloze ontwenning en, met reisplannen in duigen gevallen,
we dan in een opwelling besloten te blijven…
Oh, dat zal de dag zijn…

6. UNTERSEEN

Heldere globes gloeien tegen de Alpennacht;
een lampverlicht sintelpad langs het kanaal
voert ons tussen de meren van Interlaken.

Over de hoofdhoge spoorbruggen
jaagt heen en weer boven ons,
langs aangemeerde, opzichtige plezierstoomboten,
de herrie van een sneltrein
schreeuwt een stilte gekomen tussen
die oever met cadeauwinkels, grandioze hotels,
en deze ene gereserveerd, geconserveerd,
het rustige dorp Unterseen –

en die opgelichte vormen, twee silhouetten,
het zijn onze jonge geliefden die verder schrijden,
zichzelf afzonderden, dan verdwenen in het duister…

7. DISHARMONISCH

‘Was it a dream?’
Matthew Arnold

Of het nu gaat om druilerige verontwaardiging of vurige verlangens,
puin van deze latere liefde
verstopt de lakens als een brandende vlakte;

hun toekomst aan flarden gereten door
handdoeken, een lippenstift, intieme zaken
gestuurd als naar bruisende steden, weer thuis.

8. LICHTJES AAN DE OEVER VAN HET MEER

‘Der See verschlammt, Liebe verschlammt’ 
Ingeborg Bachmann, ‘Zürichsee’

Twee veerboten, aan- en afmeermanoeuvre;
langzaam verstoren hun waken-golven-deiningen
aangemeerde rubberbootjes, vlakbij zeemeeuwen die op deze
verstoring rijden, terwijl

in de tunnel van Stadelhofen, de gevulde pendeltreinen
al rammelend over hun sporen gaan
naar Flughafen, Winterthur en omstreken,
onder een wolk, of bergen met sneeuwtoppen,

en de Panta Rhei die voor de kust afneemt;
nu, slagschaduwen op de tramlijnen
van de Seefeldstraße, er is weinig anders dat het

alles of niets van alles jonge liefde voedt…Toch, het blijft
buiten een verblijfskaart, en twee treinkaarten,
van wat zo beloofd was, vroeger zo veelbelovend.

(ORIGINAL: From Switzerland by Peter Robinson)

Ellen Vanderstraeten

Ellen Vanderstraeten is a doctoral researcher at the University of Antwerp, where she is developing a new module of the Beckett Digital Manuscript Project. The aim of her research is to study Beckett’s oeuvre as a whole and to visualize the intersections and overlaps between his works in order to reassess the way Beckett worked as a writer. She is also the organizer of the LeesMij reading group where she and her fellow researchers discuss their favourite books together with book enthusiasts.